Eigenwaarde (en poëzie)

TUSSENTAAL is de titel van een serie columns over mijn avonturen in de NT2 klas. 

Aan het eind van de cursus vind ik het leuk om een lesje poëzie in te plannen. Natúúrlijk moeten cursisten zich leren redden in Nederland, natúúrlijk is het zinvol dat ze zich verstaanbaar kunnen maken bij de dokter, in de supermarkt of op het station.

Maar na drie maanden grammaticale regels en dagelijkse communicatie, wil ik ze zo graag laten ervaren dat taal ook ritme, klank en schoonheid is. Zelfs dat rare Nederlands!

Het is mijn stokpaardje, alleen weet deze klas dat nog niet. De NT2-leerders staan er wel voor open: in de meeste culturen is poëzie een belangrijk onderdeel van het leven. Dichters genieten aanzien.

Op mijn verzoek neemt iedere cursist een gedicht mee, in hun eigen taal. We smullen achtereenvolgens van het Russisch, Portugees, Koerdisch en Arabisch. De boodschap is meteen helder: het is mogelijk om te genieten van een gedicht in een vreemde taal, zonder dat je als luisteraar weet waar het gedicht over gaat.

Het is alsof de taal zélf klinkt. Het is muziek.

Neem Shahin van 58, die een jaar in Nederland woont. In Syrië was hij een succesvol ondernemer en nu bouwt hij met zijn vrouw en vier jong volwassen kinderen een nieuw leven op in een nieuw land. Hij heeft zich serieus voorbereid op de opdracht, zijn gedicht netjes uitgeschreven in zijn regelmatige handschrift.

Shahin is aan de beurt, hij staat als vanzelf op. We luisteren niet alleen naar de prachtige Arabische zinnen, maar we horen ook zijn zangerige voordracht. Hij leest zijn gedicht als een imam die oproept tot gebed. Nog niet eerder hebben we hem zo horen spreken, met zoveel rust en autoriteit.

Het geploeter met het Nederlands had hem soms klein en onzeker gemaakt, maar nu staat daar een andere Shahin, een man met eigenwaarde en een rijk taalgevoel – en dat allemaal door één gedicht en onze luisterende oren.

Syrië ligt misschien in puin, maar de Syrische poëzie staat recht overeind.

Als hij klaar is en de klas rondkijkt, klappen we hard. Ik steek mijn duim omhoog. Shahin glundert.

Vertrek

TUSSENTAAL is de titel van een serie columns over mijn avonturen in de NT2 klas. 

Het is mijn ‘oerklas’ – eerst was ik er als stagiaire en later met mijn certificaat op zak. Ik heb alle mogelijke werkvormen op ze losgelaten, ik heb saaie lessen aan ze gegeven, maar gelukkig ook goede. En nu is het tijd om te vertrekken.

De dinsdag voor de voorjaarsvakantie kondig ik het aan. Ik zet de datum van vandaag op het bord. De datum van volgende week is het vakantie. En de datum van de dinsdag na de vakantie is mijn laatste dag. Ik spreek extra langzaam, want ik wil dat ze dit goed begrijpen.

Dan draai ik me om en zie een bijzonder tafereel. Het kwartje rolt van de ene naar de andere cursist. Shyar zit letterlijk met zijn handen in zijn haar, Lo uit Tibet pakt gelaten zijn tas in. Sediq checkt bij zijn landgenoot Mohammed of hij het goed heeft begrepen, Ngozi heeft tranen in zijn ogen.

‘Nee! Jij niet weg,’ Sediq schiet uit zijn stoel. ‘Jij blijf.’ Hij staat nu vlak voor me. Zijn grote grijze wenkbrauwen schieten omhoog, zijn zware stem klinkt schril. ‘Jij positief,’ roept hij. ‘Ik nodig. Jij bent de beste.’

Ik deins terug voor zijn agressieve complimenten. ‘Beste Sediq, er zijn zoveel goede docenten, ik ben niet de enige …’
Sediq schreeuwt: ‘It is about me! It’s not about you, it’s about me!’

Ik verberg mijn schrik en wend me tot de andere cursisten die nu ook rond mij staan. Sommigen omhelzen me. Anderen geven me een hand. Het voelt alsof ik mijn kinderen bij de crèche achterlaat. Je weet dat het verdriet tijdelijk is, maar pijnlijk is het wel.

Twee weken later fiets ik een beetje nerveus naar school, dit is dan echt de laatste dag. De lente hangt in de lucht, het onderwerp is het voorjaar en de seizoenen. Ik zal stroopwafels uitdelen en ik heb voor iedere cursist een tulp.

Sediq arriveert als eerste. Ik vraag of hij nog boos is.
‘Jij weg,’ glimlacht hij. ‘Jij thee?’

 

 

 

Amsterdam, april 2019