Aan het stuur

De kleine Shiba uit Afghanistan is razend intelligent en vliegt door haar boek. Ze heeft ook een kapotte fiets, waar ze steeds vanaf valt. Van de gemeente heeft ze een nieuwe, zwaardere fiets gekregen, vertelt ze opgetogen, een paar weken later.

Tijdens de pauze vraag ik wat haar plannen zijn na haar inburgeringsexamen.

‘Ik wil tolk worden, dat ben ik eigenlijk al voor de mensen in mijn kerk. En politie-agent.’  Ik buig me naar haar toe om haar beter te verstaan. ‘Ik auto,’ vervolgt ze zacht. ‘In main land vrouwen niet autorijden, ik altijd naast chauffeur. Ik wil zélf. Mét sirene.’ Ze doet alsof ze een stuur in handen heeft.

Shiba woont in een flat in Amsterdam-Noord. Met een mooi grasveld voor de deur en bomen die in bloei staan. Kinderen die voetballen. Soms is ze bang, zegt ze. Dan opent ze de gordijnen en ziet ze dat alles rustig is.

Ik vraag haar of ze haast heeft. Als ze geen haast heeft, moet ze vooral in dit leuke klasje blijven zitten. Maar ik kan me voorstellen dat het een beetje te langzaam voor haar gaat.

‘Ja, gaat wel langzaam, sorry, ik wil niet zeggen,’ fluistert ze. Ze hoeft geen sorry te zeggen, ik neem haar kritiek niet persoonlijk.

In een klassengesprek over maaltijden uit het eigen land, zegt ze dat ze niet kan koken. ‘Shiba is een feministe’, zeg ik. ‘Ze wil politie-agent worden, dat vindt ze belangrijker dan koken.’ Shiba krimpt ineen. Zoveel aandacht.

Later mailt ze, dag aardige juf.

Het licht is van de wereld

De klas heeft zich in drie maanden opgewerkt van A0 naar A2 niveau. Een enorme prestatie. Gisteren hebben ze de eindtoetsen gemaakt, vandaag is de laatste les. Straks krijgt iedere student zijn of haar certificaat.

Ik schrijf op het bord: taal is functioneel. De klas kan zich nu goed redden in Nederland. De studenten kunnen met anderen kennismaken, ze kunnen iets bestellen in een restaurant, een treinkaartje kopen, een huis huren of een bezoekje bij de dokter afleggen.

Maar vandaag gaan we de taal van een andere kant bekijken. We gaan genieten van de schoonheid van de taal, de klank en het ritme. Taal is muziek, schrijf ik op het bord.

‘Dit is ienteressant,’ reageert de creatieve en muzikale Iraanse studente Saida. Ik deel twee Nederlandse gedichten uit. De anders zo leergierige Tariq stopt de hand-out meteen in zijn map, weg ermee, maar aangezien ik nog niet klaar ben haalt hij het papier er weer uit. In, uit, in, uit, en dat een paar keer achter elkaar. De lijdzame Jennifer uit Nigeria zal het allemaal een zorg wezen, ze is de uitslag van de toetsen nog aan het verwerken: ze heeft niet op alle fronten A2 gehaald en zal nog hard moeten werken om het examen te halen. De twee twintigers, de Koerdische Ehab en de Oegandese Kyrian zijn welwillend. Ze voetballen liever, maar ach, voor deze ene keer willen ze zich best wagen aan de poëzie.

Ik lees het gedicht Liefdesgedicht van Herman Gorter voor.

Zie je ik hou van je,
ik vind je zo lief en zo licht –
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

Kyrian is stil, het is spannend. Ehab zegt dat hij het gaat voordragen voor zijn Nederlandse vriendin. Ook Hafida uit Syrië reageert enthousiast. ‘Iek zeg tegen mijn zoon: Iek hou van jou. Hij zegt: Iek ook van jou.’ Ze lacht om de vorderingen van haar gezin in hun nieuwe land. Tariq vraagt streng: ‘Moet het zijn ik houd van jou of ik hou van jou?’ Dank je, Tariq, het is een terechte vraag. Ook in de poëzie blijft grammatica belangrijk.

Dan Het licht is rond van Pierre Kemp. Na de eerste regels, neemt Saida het voorlezen als vanzelf over. Ze leest eerst zachtjes mee, maar later steeds luider. Ik zwijg. Stap-voor-stap leest ze, hardop en met alle aandacht en concentratie die ze heeft. Hierdoor kunnen wij het gedicht woord-voor-woord in ons opzuigen.

Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.
Waarheen? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.

Als ze klaar is, kijkt ze op met een beetje verwilderde blik, alsof ze ergens anders is geweest. Ik heb zin om haar even vast te pakken, maar dat doe ik niet. We klappen.

‘Dat heb je héél mooi voorgelezen, Saida,’ complimenteer ik.
‘Het licht is van de hele wereld,’ antwoordt ze eenvoudig.
Ik schrijf ‘universeel’ op het bord. Dit gedicht gaat ons allemaal aan.

Behalve Tariq. Hij stopt de gedichten in zijn map en slaat snel het lesboek open. Bij de lijst van onregelmatige werkwoorden.