Vertrek

TUSSENTAAL is de titel van een serie columns over mijn avonturen in de NT2 klas. 

Het is mijn ‘oerklas’ – eerst was ik er als stagiaire en later met mijn certificaat op zak. Ik heb alle mogelijke werkvormen op ze losgelaten, ik heb saaie lessen aan ze gegeven, maar gelukkig ook goede. En nu is het tijd om te vertrekken.

De dinsdag voor de voorjaarsvakantie kondig ik het aan. Ik zet de datum van vandaag op het bord. De datum van volgende week is het vakantie. En de datum van de dinsdag na de vakantie is mijn laatste dag. Ik spreek extra langzaam, want ik wil dat ze dit goed begrijpen.

Dan draai ik me om en zie een bijzonder tafereel. Het kwartje rolt van de ene naar de andere cursist. Shyar zit letterlijk met zijn handen in zijn haar, Lo uit Tibet pakt gelaten zijn tas in. Sediq checkt bij zijn landgenoot Mohammed of hij het goed heeft begrepen, Ngozi heeft tranen in zijn ogen.

‘Nee! Jij niet weg,’ Sediq schiet uit zijn stoel. ‘Jij blijf.’ Hij staat nu vlak voor me. Zijn grote grijze wenkbrauwen schieten omhoog, zijn zware stem klinkt schril. ‘Jij positief,’ roept hij. ‘Ik nodig. Jij bent de beste.’

Ik deins terug voor zijn agressieve complimenten. ‘Beste Sediq, er zijn zoveel goede docenten, ik ben niet de enige …’
Sediq schreeuwt: ‘It is about me! It’s not about you, it’s about me!’

Ik verberg mijn schrik en wend me tot de andere cursisten die nu ook rond mij staan. Sommigen omhelzen me. Anderen geven me een hand. Het voelt alsof ik mijn kinderen bij de crèche achterlaat. Je weet dat het verdriet tijdelijk is, maar pijnlijk is het wel.

Twee weken later fiets ik een beetje nerveus naar school, dit is dan echt de laatste dag. De lente hangt in de lucht, het onderwerp is het voorjaar en de seizoenen. Ik zal stroopwafels uitdelen en ik heb voor iedere cursist een tulp.

Sediq arriveert als eerste. Ik vraag of hij nog boos is.
‘Jij weg,’ glimlacht hij. ‘Jij thee?’

 

 

 

Amsterdam, april 2019

Frons

TUSSENTAAL is de titel van een serie columns over mijn avonturen in de NT2 klas. 

Jamil uit Syrië lijkt op mijn schoonvader met zijn strak gestreken geruite overhemd en altijd die frons in zijn voorhoofd. Hij zit vol verhalen en politieke ideeën maar die komen er zoekend en onzeker uit. 

De les is afgelopen. Iedereen pakt zijn tas.

Jamil blijft zitten. Hij vraagt: ‘Mevrouw Jeanet, ies normaal dit?’

‘Wat bedoel je?’

‘Hoe ik praat. Ies normaal?’

‘Hoezo?’ vraag ik door, al heb ik wel een idee.

‘Mijn werk in Hema gebeurt ook, ik wéét wat ik zeggen, ik wéét hoe ik zeggen. Het komt heel anders uit mijn mond. Hoe kan dat?’  Wanhopig klinkt hij.

‘Schrijven gaat goed en lezen gaat goed,’ moedig ik hem aan, ‘maar dat is op papier. Spreken is anders. Dat moet meteen, je krijgt geen tijd om na te denken.’

Ik denk intussen aan mijn zomerse Frans dat vaak klinkt als een ketting van aaneengeregen woorden, zonder vervoegingen en le of la. Ik wéét dat ik het fout doe, maar soms heb ik domweg niet meer Frans in huis.

‘Het gebrabbel heet tussentaal. Het is de enige manier om het te leren. Heel vervelend, maar helaas niks aan te doen. Blijf praten, Jamil. Het gaat heel erg goed.’

Jamil zucht. De frons is even weg. Dit is dus normaal. Als mevrouw Jeanet het zegt.